Johan Goossens heeft een paar kleine pijntjes

Johan Goossens heeft een paar kleine pijntjes

Recensie: Mieke van der Raay

In de kleine zaal van het Stadstheater in Zoetermeer mocht ik de voorstelling Kleine pijntjes van Johan Gossens zien.

Ik moet wel bekennen dat ik Johan alleen kende via het televisie programma Wie is de mol?. In dat programma vond ik hem uiterst bespraakt en kwam hij heel sympathiek over. Tijdens de voorstelling wist hij me te raken en me onbedaarlijk aan het lachen te brengen. Hij vertelt heel natuurlijk, heeft zeker weten geen kapsones. Ik had het gevoel dat ik in gesprek was met een goede vriend, die hele leuke verhalen aan het vertellen was. Hij straalt en geniet duidelijk van zijn vak.

Johan heeft net als velen van ons thuis gezeten tijdens de lockdown, maar in deze periode heeft hij geen barréakkoorden en geen woord Portugees geleerd. Johan is in een jaar, naar eigen zeggen, oud geworden. Voor de lockdown voelde hij zich nog 24, maar nu voelt hij zich toch echt de 39 die hij werkelijk is. Hij heeft een buikje gekregen en als niemand in de buurt is hoort hij zich soms ‘hèhè’ piepen. Hij heeft twee jaar niets meegemaakt, dat is eigenlijk funest voor een cabaretier, die normaal vertelt over dingen die hij meemaakt en ze vergroot met een vleugje fantasie.

Hij begint de voorstelling met een uitleg over dat hij geen openingslied heeft geschreven en ook al geen openingsmonoloog. Het lijkt er even op of hij niet precies weet wat hij het publiek moet vertellen, maar dit is slechts schijn. Al snel begint hij verschillende anekdotes te vertellen over één van zijn vorige banen als leerkracht. Hij heeft nog zat ongebruikte verhalen over de tijd dat hij voor de roerige klassen van een Amsterdams ROC heeft gestaan, met Glennis Grace-achtige types erin. Hoe hij in het begin van zijn carrière, nadat hij het Groninger studenten cabaret festival gewonnen had, heel vaak uitgenodigd werd door diverse studenten verenigingen, waar hij niks voor kreeg. Hij durfde er namelijk geen geld voor te vragen. Daarom verzon hij een alter ego, impresario Rob Vinken, deze durfde juist wel geld te vragen. Vervolgens schakelt hij gemakkelijk over op verhalen over zijn seksleven. Johan vertelt heel vermakelijk over zijn bijzondere ontmoeting met de Franse gay-pornoster François Sagat. Die hij zo geïdealiseerd had dat hij, toen hij hem eindelijk ontmoette, er van schrok dat hij en niet zo groot was en best wel een lichaamsgeur had. Zo vertelt Johan ook, dat een dickpic voor hem vooral een handig visitekaartje is, dat hij opslaat in het adressenbestand op zijn telefoon.

Een ander deel van zijn voorstelling is toch wel een ode aan zijn ouders. Zijn vader is helaas een jaar geleden aan kanker overleden. Hij was langdurig ziek. Johan moest vaak met hem naar het ziekenhuis en daar werd volgens het corona-protocol aan de kankerpatiënt in de rolstoel gevraagd of hij verkouden was of koorts had. ‘Nee? Dan bent u in orde.’ Zijn vader wilde absoluut geen euthanasie. Dit verhaal kwam best wel binnen, maar er zat ook een vleugje humor in. Het liedje over zijn moeder (‘Waarom doe ik niet wat liever voor mijn moeder?’) is absoluut een klasse apart wat tekst betreft. Ondanks dat zijn zang het niet haalt bij zijn fantastische vertelkunst weet hij in het nummer net als in zijn verhalen te raken.

Ik heb gelachen, had een brok in mijn keel, maar heb zeker genoten van een mooie en hilarische voorstelling. Ik heb het gevoel dat ik Johan persoonlijk heb leren kennen.

Voor meer informatie: https://www.johangoossens.nl/

FOTO: ©Anne van Zantwijk

Share

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.