BLOG: Britt van Schie

Het is begin maart, maar warm voor de tijd van het jaar. Een briesje waait de haren uit mijn gezicht. Over de hobbelige keitjes loop ik richting het gebouw, ik zie het steeds dichterbij komen. Ik herinner me de eerste keer nog dat ik hier was. Hoe de gouden letters me toelachten. Het was een droom die uitkwam toen ik de eerste keer de klapdeur open duwde en het pakhuis binnen stapte. Nu voel ik alleen maar de zenuwen door mijn lichaam razen. Het maakt me misselijk. Waarom doe ik mezelf dit steeds opnieuw aan? Waarom doe ik dit?

Met knikkende knieën en een flinke dosis ‘gezonde’ spanning, duw ik opnieuw de klapdeur open en stap ik naar binnen.

Na het inschrijven, inzingen en opfrissen neem ik plaats in het gangetje. Overal om me heen zitten nerveuze mensen. De sfeer is niet om uit te houden. Iedereen zit wiebelend op zijn stoel, frunnikt wat met zijn handen. Ik neem nog een slok water en probeer de tekst van de scene in mijn hoofd nog te herhalen, maar ik kan me niet concentreren. Het voelt alsof mijn ingewanden zichzelf opvreten. Alsof mijn ademhaling niet vanzelf meer gaat. Alsof de botten in mijn benen langzaam oplossen en ik straks mijn eigen gewicht niet meer dragen kan. Ik probeer mezelf te kalmeren, maar eigenlijk probeer ik nog harder te doen alsof ik alles onder controle heb, net zoals de andere auditanten om me heen. Waarom doen we onszelf dit iedere keer weer aan? Waarom doen we dit?

Ik kon wel janken toen ik twee weken geleden de email binnen kreeg. Ik stond op het punt om weg te gaan, mijn jas hing pas over één schouder. Toch liet ik alles vallen en opende ik met trillende vingers het mailtje. Al sinds ik de auditie-oproep had zien staan maakte mijn hart sprongetjes iedere keer dat ik het logo zag. Als ik over toekomstdromen mocht spreken, was dit misschien wel één van de grootste. Deze show, deze rol. Het maakte me niet uit hoe of waar, al was ik derde aap van achteren, ik wilde gewoon zó graag in deze productie staan. En nu was ik uitgenodigd om te komen auditeren voor die ene rol waar ik altijd van gedroomd had.

Ik zie mezelf nog als klein meisje op de rode, pluche stoelen zitten. Betoverd door wat er op het toneel tegenover me gebeurde. Sprakeloos door de prachtige kostuums, de enorme decors en vooral door de geweldige stemmen en vloeiende danspassen. Ontroerd door het verhaal dat al die kleine puzzelstukjes met elkaar tot leven brachten, recht voor mijn ogen. Als je dat iedere avond mag doen, dan is dat toch het mooiste dat er bestaat? Diezelfde avond in bed kneep ik mijn ogen dicht en probeerde ik alles nóg een keer voor me te zien. De hele avond nogmaals te beleven. Maar dan met mezelf als de prinses die gered moet worden. Mijn kleine lichaam in zo’n prachtige jurk, op dat grootste podium. Met al die mensen die naar mij zouden kijken. Wauw…

Met mijn mobiel nog in mijn hand, het mailtje met het materiaal dat ik opgestuurd kreeg nog geopend, knijp ik mijn ogen dicht. Ik probeer het heel even voor me te zien. Ik, in het groen, zingend op een groot toneel, met al die mensen die naar mij kijken. Wat een droom die uitkomt. Het feit dat ik, na al die jaren, nu een kans krijg, kan ik bijna niet geloven. Al is de kans minuscuul, hij is er. Hij ligt voor het grijpen. Dit wordt mijn moment.

Ik maak enthousiast een dansje door mijn woonkamer en stuur meteen een berichtje aan iedereen die het weten wil. Mijn jas gaat weer uit en mijn keuken veranderd in de repetitieruimte, waar ik mezelf uit volle borst Defying Gravity hoor belten. Wel een bucket list dingetje dat ik dit écht eens op een auditie mag zingen. Heel even ben ik intens dankbaar voor het leven dat ik leven mag.

Precies twee weken later staar ik naar de dichte deur voor me. De auditant voor me zingt ‘As Long As Your Mine’. Ik probeer me te focussen op mijn ademhaling. Op alle dingen die ik mezelf vertel om zelfvertrouwen op te roepen. Het wil niet echt lukken.

De afgelopen weken heb ik me met ups en downs door het leven geworsteld. Ieder vrij moment van de dag was ik beltend in een repetitieruimte te vinden. Struikelend over Duitse tongbrekers, overslaand op F’s, oefenend, oefenend, oefenend. Tot er één moment kwam dat ik dacht: ‘Maar ik kan dit gewoon. Ik kan dit.’

Ik herhaal de woorden bijna hardop tegen mezelf. Dit is een kans, zie het als een bucket-list moment, ik kan dit, dit is mijn droom, ik kan dit. Het is maar een auditie. Het zijn maar mensen. Zij willen ook dat je goed bent. Ik kan dit. Ik kan dit. Ik kan dit.

Ik haal nog één keer diep adem, als de assistente me de auditie-ruimte binnen laat. Vanaf dat moment is alles dat ik voel blinde paniek. Ik kan niet meer normaal nadenken, mijn lichaam lijkt niet van mij. Ik hoor mezelf een grapje maken, maar het lijkt alsof ik het niet zeg. Waarom doe ik dit? Waarom doe ik mezelf dit aan?

Tien minuten later hoor ik mezelf de jury bedanken en een fijne dag wensen, voordat ik de auditie-ruimte weer verlaat. Een kleine glimlach verschijnt op mijn gezicht. Mijn handen trillen nog steeds, maar ik kan weer redelijk normaal ademhalen. Ik heb het gedaan.

Zodra ik het gebouw verlaat en de gouden letters ver achter me laat, terwijl Hamburg me toe lacht, zie ik alleen maar dat kleine, betoverde meisje voor me. Waarom doe ik dit? Ik doe dit voor haar. Omdat zij in haar dromen een toekomst zag die nu zomaar waarheid kan worden. Op het terras in de zon bestel ik een wijntje. Ik proost op mezelf. Met de zon in mijn gezicht verlang ik reikhalzend uit naar de volgende auditie. Op naar de volgende kans.

We leven in moeilijke, onzekere tijden. Net zoals iedere theatermaker vreet de twijfel me soms op. Wat moeten we nu? Ik en mijn rots in de branding praten bijna dagelijks over opgeven. Stoppen met de carrière waar we zo hard voor werkten en een ander pad in slaan. Maar dan sta ik weer een balkonconcert te geven aan mijn omaatje. Dan sta ik weer vanuit mijn slaapkamer, met mijn laptop op de wastafel en met geleende apparatuur muziek op te nemen. Dan zit ik weer aan de eettafel mijn nog niet bestaande roman te typen en dan denk ik alleen maar: ik wil niks anders dan dit. Creatief zijn, met z’n alleen een verhaal vertellen, mensen ontroeren, dat is toch het mooiste wat er is?

En dan verlang ik stiekem terug naar al die momenten dat de zenuwen me bijna opvraten. Al die momenten dat ik dacht: Waarom doe ik dit? Wat zou ik dat nu graag weer doen. Niets liever dan dat.

www.brittvanschie.com

FOTO:©Lucas van den Elshout

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.